In Europa

<
>
In Europa gaat over het verleden, en wat het verleden met ons doet. Het gaat over verscheurdheid en onwetendheid, over historie en angst, over armoede en hoop, over alles wat ons nieuwe Europa scheidt en bindt. Geert Mak (1946) reisde met de twintigste eeuw mee, in een krakeling van routes, via Londen, Volgograd en Madrid, langs de bunkers van Berlijn, de geparfumeerde kleerkasten van Helena CeauSescu in Boekarest en de speelgoedauto¿s in een verlaten crèche in Tsjernobyl. Het werd een inventarisatie: hoe lag het continent erbij aan het einde van de eeuw? In Europa is in veertien talen vertaald. Het boek werd ook in het buitenland alom geprezen. Inmiddels zijn er in ons land meer dan 500.000 exemplaren van deze bestseller verkocht. ¿De twintigste eeuw heeft maar geluk, met een kroniekschrijver als Geert Mak.¿ ¿ Standaard der Letteren ¿Het wemelt van de prachtigste miniaturen.¿ ¿ Elsevier ¿Een zeldzaam voorbeeld van een groot non-fictiewerk, dat de lezer van het begin tot het eind boeit.¿ ¿ Süddeutsche Zeitung ¿Een spectaculair en vakkundig geschreven boek.¿ ¿ Sunday Times ¿Elektrificerend.¿ ¿ NRC Handelsblad ¿Wie Geert Mak volgt door het Europa van de twintigste eeuw komt ogen tekort.¿ ¿ Vrij Nederland Over de dwarsligger® De dwarsligger® is een compleet boek in een handzaam formaat. Een boek dat past in een handtas en zelfs in je broekzak of binnenzak. Een boek dat je overal en op elk moment kunt lezen. Met zijn kleine formaat ¿ 12 bij 8 centimeter ¿ en lichte gewicht ¿ gemiddeld nog geen 145 gram ¿ is de dwarsligger® met één hand vast te houden en dus gemakkelijk te lezen.
Lees meer >

Geert Mak

Geert Mak (Vlaardingen, 4 december 1946), is journalist en non-fictieschrijver.

Hij groeide op als jongste zoon in een gezin van een gereformeerd predikant in Friesland, studeerde rechten en sociologie aan de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam. In zijn studententijd werkte hij als fractiemedewerker bij de toenmalige PSP. In 1973 werd hij docent staats- en vreemdelingenrecht aan de Universiteit van Utrecht. Van 1975 tot 1985 was hij redacteur van de Groene Amsterdammer, daarna was hij verbonden aan de buitenlandredactie van VPRO-radio en aan NRC Handelsblad waar hij zich vooral bezighield met stedelijke en immigratiepolitiek.

Tegelijkertijd was hij actief in de groep journalisten en auteurs die zogenaamde literaire non-fictieboeken nieuw leven wilden inblazen. In dat kader stelde hij twee bundels samen met vroege voorbeelden van non-fictie: ‘Reportages uit Nederland’ (1991) en, samen met René van Stipriaan, ‘Ooggetuigen van de wereldgeschiedenis’ (1999). In 1990 was hij een van de medeoprichters van het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten en van het literaire non-fictieblad Atlas – de voorloper van de latere uitgeverij Atlas Contact.

Kort daarop besloot hij zich vooral te richten op het schrijverschap. Hij richtte zich daarbij met name op reisverhalen en historische non-fictie – of een combinatie daarvan. Thema’s als stad-platteland, Europa en Amsterdam komen voortdurend terug in zijn werk dat in vele talen werd vertaald.  

In 1992 verscheen ‘De Engel van Amsterdam’, een anatomische les over de Nederlandse hoofdstad en tegelijk een serie portretten van de bewoners. De bundel werd gevolgd door ‘Een kleine geschiedenis van Amsterdam’ (1995). Deze populaire geschiedenis van de stad werd genomineerd voor de Gouden Uil in 1996, vertaald in het Duits, Tsjechisch, Hongaars en Engels.

Bij een breed publiek werd hij bekend met zijn ‘Hoe God verdween uit Jorwerd’ (1996), een zo langzamerhand klassieke beschrijving van de snelle teloorgang van de Europese boerencultuur. Hij ontving er de Henriëtte Roland Holstprijs voor in 1999. In 1997 volgde de monografie ‘Het Stadspaleis’, een levendige geschiedenis van het Paleis op de Amsterdamse Dam en in 1998 schreef hij het boekenweekessay, ‘Het Ontsnapte Land’, een historisch en tegelijk actueel reisverslag door het hedendaagse Hollandse landschap.

In de zomer van 2000 wandelde hij voor de RVU-televisie door Nederland, in de voetsporen van twee studenten uit 1823, Jacob van Lennep en Dirk van Hogendorp, die daarvan een levendig verslag hadden nagelaten. Tegelijk werd een hertaalde versie van Van Lennep’s verslag gepubliceerd.  

Maks meest populaire boek verscheen in 1999: ‘De Eeuw van Mijn Vader’, een geschiedenis van Nederland in de twintigste eeuw, die nauw verweven was met zijn eigen familiegeschiedenis die hij aan de hand van bewaarde brieven, ansichtkaarten, interviews en ander materiaal reconstrueerde. Van dit boek, dat werd bekroond door de NS Publieksprijs 2000, werden meer dan een half miljoen exemplaren verkocht, er verschenen vertalingen in het Duits, Hongaars en Deens.

In datzelfde jaar 1999, het laatste jaar van het millennium reisde hij voor NRC Handelsblad twaalf maanden kriskras door Europa en publiceerde iedere dag een notitie op de voorpagina van de krant. Het werd een reisverslag door het continent en tegelijk door de tijd: dag na dag werd tegelijk het Europese geschiedenisverhaal van de twintigste eeuw verteld, voorzien van talloze lokale observaties en gesprekken met ooggetuigen.

Tussen 2000 en 2003 was Mak bijzonder hoogleraar grootstedelijke vraagstukken aan de Universiteit van Amsterdam, de zogenaamde Wibautleerstoel. Zijn oratie over het ideale stadsbeeld van de Amsterdammers door de eeuwen heen, ‘De Goede Stad’, verscheen in 2001. Onder dezelfde titel verscheen in 2007 ook een bundel met essays en lezingen over monumentenbehoud en anders stedelijke kwesties. Wegens zijn verdiensten voor de stad Amsterdam ontving hij in 2002 de IJ-prijs.

In 2004 verscheen het boek: ‘In Europa’. Ook dat was een enorm succes: er werden meer dan 500.000 exemplaren verkocht en het boek verscheen in meer dan vijftien talen. Geert Mak won er de NS Publieksprijs mee.

In 2004 publiceerde hij, na de moord op Theo van Gogh, een tweetal pamfletten: ‘Gedoemd tot kwetsbaarheid’ en, als reactie op zijn critici, ‘Nagekomen flessenpost’. Hij haalde daarin fel uit tegen, wat hij noemde, ‘de handelaren in angst’, spoorde aan tot voorzichtigheid en hield tegelijk een fel pleidooi voor het behoud van klassieke waarden als openheid, vrijheid en tolerantie. De essays veroorzaakten de nodige ophef, mede omdat Mak de methode van de film Submission vergeleek met de propagandatechnieken van Joseph Goebbels.  

Voor 2007 schreef Mak het Nationale Boekenweekgeschenk ‘De Brug’. Het was een reisverslag over nog geen vijfhonderd meter: de Galatabrug die het traditionele en meer moderne deel van Istanbul met elkaar verbindt en waar Mak wekenlang het bestaan deelde met passanten en straatverkopers. Een jaar later publiceerde hij, met vier andere historici, ‘Verleden van Nederland’, terwijl hij voor zijn Duitse lezers ‘Niederlande’ schreef, een beknopt en persoonlijk portret van Nederland.

‘Reizen zonder John’ (2012) kan gezien worden als de Amerikaanse tegenhanger van ‘In Europa’. Geert Mak volgde daarin, exact een halve eeuw later, het spoor van de schrijver John Steinbeck bij diens ontdekkingstocht door het Amerika van de jaren zestig in ‘Travels with Charley’.

Ook Europa bleef een belangrijk thema. In 2012, tijdens de Eurocrisis, met het pamflet ‘De hond van Tisma’, ‘Wat als Europa klapt’ en in 2014, toen de twee politieke tegenpolen Geert Mak en Thierry Baudet voor één keer uit de loopgraven klommen en samen een aantal scherp contrasterende visies bundelden op het thema ‘thuis’ en ‘identiteit’: ‘Thuis in de tijd’.

Amsterdam kwam weer centraal te staan in ‘De levens van Jan Six’ (2016), de gang van de patriciërsfamilie Six door meer dan vier eeuwen Amsterdamse geschiedenis – beginnend met een van Rembrandts beste vrienden, de zeventiende-eeuwse Jan Six.

In 2019 kreeg ook In Europa zelf een vervolg. In ‘Grote Verwachtingen’ (1999-2020) nam hij de draad weer op in 1999 en beschreef hij de meest recente Europese geschiedenis, vanaf de euforie in het begin van de eeuw tot de crises van de jaren tien en de coronapandemie van 2020.

 

Prijzen

Naast de NS Publieksprijs die Geert Mak tot tweemaal won (2000 en 2004), werd hij ook tot tweemaal toe gekozen tot Historicus van het Jaar. Van de Open Universiteit (2004) en de Wilhelms-Universiteit in Münster (2014) ontving hij eredoctoraten. In de toelichting bij het eredoctoraat in Münster werd Mak betiteld als een ‘begenadigde geschiedverteller’ die in staat is ‘vakwetenschap, popularisering, originaliteit en engagement met elkaar te verbinden’. Andere historici zijn wat meer terughoudend in de beoordeling van Mak’s werk. Wijlen Herman von der Dunk, emeritus-hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van Utrecht, zei over Mak: ‘Het is goed geschreven en historisch correct, maar het is niet, zoals ik het noem, academische geschiedschrijving.’ De Amerikaanse historicus John Lukacs beschreef hem daarentegen als ‘Europa’s portretschilder, zijn impressionist, zijn dichter-musicus, de lezer van de gedachten van de mensen.’

Geert Mak ontving de Leipziger Buchpreis in 2008 voor ‘In Europa’. In 2015 kreeg hij de Gouden Ganzeveer en in 2017 de oeuvreprijs van het Prins Bernhard Cultuurfonds.

Geert Mak is gehuwd en woont deels in Amsterdam, deels in Friesland. Meer informatie op www.geertmak.nl

Meer boeken van deze auteur
19,95

Je bestelt en rekent af bij:

  • Boekenwereld.com: onze eigen boekwinkel
  • Veilig winkelen, bestellen en betalen
  • Regelmatig gratis e-books
Bindwijze
hardback
  • Taal: Nederlands
  • ISBN: 9789049801038
  • Pagina's: 1512
  • Publicatiedatum: 04-11-2011

Gratis verzending

Op werkdagen voor 21.00 besteld, volgende werkdag in huis (NL)

19,95

Je bestelt en rekent af bij:

  • Boekenwereld.com: onze eigen boekwinkel
  • Veilig winkelen, bestellen en betalen
  • Regelmatig gratis e-books

Thuiswinkel waarborg

Onze veilige betaalmethoden:
  • Ideal
  • Mastercard
  • VISA
  • Bancontact

Bekijk de inhoud van dit boek ➔
In Europa gaat over het verleden, en wat het verleden met ons doet. Het gaat over verscheurdheid en onwetendheid, over historie en angst, over armoede en hoop, over alles wat ons nieuwe Europa scheidt en bindt. Geert Mak (1946) reisde met de twintigste eeuw mee, in een krakeling van routes, via Londen, Volgograd en Madrid, langs de bunkers van Berlijn, de geparfumeerde kleerkasten van Helena CeauSescu in Boekarest en de speelgoedauto¿s in een verlaten crèche in Tsjernobyl. Het werd een inventarisatie: hoe lag het continent erbij aan het einde van de eeuw? In Europa is in veertien talen vertaald. Het boek werd ook in het buitenland alom geprezen. Inmiddels zijn er in ons land meer dan 500.000 exemplaren van deze bestseller verkocht. ¿De twintigste eeuw heeft maar geluk, met een kroniekschrijver als Geert Mak.¿ ¿ Standaard der Letteren ¿Het wemelt van de prachtigste miniaturen.¿ ¿ Elsevier ¿Een zeldzaam voorbeeld van een groot non-fictiewerk, dat de lezer van het begin tot het eind boeit.¿ ¿ Süddeutsche Zeitung ¿Een spectaculair en vakkundig geschreven boek.¿ ¿ Sunday Times ¿Elektrificerend.¿ ¿ NRC Handelsblad ¿Wie Geert Mak volgt door het Europa van de twintigste eeuw komt ogen tekort.¿ ¿ Vrij Nederland Over de dwarsligger® De dwarsligger® is een compleet boek in een handzaam formaat. Een boek dat past in een handtas en zelfs in je broekzak of binnenzak. Een boek dat je overal en op elk moment kunt lezen. Met zijn kleine formaat ¿ 12 bij 8 centimeter ¿ en lichte gewicht ¿ gemiddeld nog geen 145 gram ¿ is de dwarsligger® met één hand vast te houden en dus gemakkelijk te lezen.

Geert Mak

Geert Mak (Vlaardingen, 4 december 1946), is journalist en non-fictieschrijver.

Hij groeide op als jongste zoon in een gezin van een gereformeerd predikant in Friesland, studeerde rechten en sociologie aan de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam. In zijn studententijd werkte hij als fractiemedewerker bij de toenmalige PSP. In 1973 werd hij docent staats- en vreemdelingenrecht aan de Universiteit van Utrecht. Van 1975 tot 1985 was hij redacteur van de Groene Amsterdammer, daarna was hij verbonden aan de buitenlandredactie van VPRO-radio en aan NRC Handelsblad waar hij zich vooral bezighield met stedelijke en immigratiepolitiek.

Tegelijkertijd was hij actief in de groep journalisten en auteurs die zogenaamde literaire non-fictieboeken nieuw leven wilden inblazen. In dat kader stelde hij twee bundels samen met vroege voorbeelden van non-fictie: ‘Reportages uit Nederland’ (1991) en, samen met René van Stipriaan, ‘Ooggetuigen van de wereldgeschiedenis’ (1999). In 1990 was hij een van de medeoprichters van het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten en van het literaire non-fictieblad Atlas – de voorloper van de latere uitgeverij Atlas Contact.

Kort daarop besloot hij zich vooral te richten op het schrijverschap. Hij richtte zich daarbij met name op reisverhalen en historische non-fictie – of een combinatie daarvan. Thema’s als stad-platteland, Europa en Amsterdam komen voortdurend terug in zijn werk dat in vele talen werd vertaald.  

In 1992 verscheen ‘De Engel van Amsterdam’, een anatomische les over de Nederlandse hoofdstad en tegelijk een serie portretten van de bewoners. De bundel werd gevolgd door ‘Een kleine geschiedenis van Amsterdam’ (1995). Deze populaire geschiedenis van de stad werd genomineerd voor de Gouden Uil in 1996, vertaald in het Duits, Tsjechisch, Hongaars en Engels.

Bij een breed publiek werd hij bekend met zijn ‘Hoe God verdween uit Jorwerd’ (1996), een zo langzamerhand klassieke beschrijving van de snelle teloorgang van de Europese boerencultuur. Hij ontving er de Henriëtte Roland Holstprijs voor in 1999. In 1997 volgde de monografie ‘Het Stadspaleis’, een levendige geschiedenis van het Paleis op de Amsterdamse Dam en in 1998 schreef hij het boekenweekessay, ‘Het Ontsnapte Land’, een historisch en tegelijk actueel reisverslag door het hedendaagse Hollandse landschap.

In de zomer van 2000 wandelde hij voor de RVU-televisie door Nederland, in de voetsporen van twee studenten uit 1823, Jacob van Lennep en Dirk van Hogendorp, die daarvan een levendig verslag hadden nagelaten. Tegelijk werd een hertaalde versie van Van Lennep’s verslag gepubliceerd.  

Maks meest populaire boek verscheen in 1999: ‘De Eeuw van Mijn Vader’, een geschiedenis van Nederland in de twintigste eeuw, die nauw verweven was met zijn eigen familiegeschiedenis die hij aan de hand van bewaarde brieven, ansichtkaarten, interviews en ander materiaal reconstrueerde. Van dit boek, dat werd bekroond door de NS Publieksprijs 2000, werden meer dan een half miljoen exemplaren verkocht, er verschenen vertalingen in het Duits, Hongaars en Deens.

In datzelfde jaar 1999, het laatste jaar van het millennium reisde hij voor NRC Handelsblad twaalf maanden kriskras door Europa en publiceerde iedere dag een notitie op de voorpagina van de krant. Het werd een reisverslag door het continent en tegelijk door de tijd: dag na dag werd tegelijk het Europese geschiedenisverhaal van de twintigste eeuw verteld, voorzien van talloze lokale observaties en gesprekken met ooggetuigen.

Tussen 2000 en 2003 was Mak bijzonder hoogleraar grootstedelijke vraagstukken aan de Universiteit van Amsterdam, de zogenaamde Wibautleerstoel. Zijn oratie over het ideale stadsbeeld van de Amsterdammers door de eeuwen heen, ‘De Goede Stad’, verscheen in 2001. Onder dezelfde titel verscheen in 2007 ook een bundel met essays en lezingen over monumentenbehoud en anders stedelijke kwesties. Wegens zijn verdiensten voor de stad Amsterdam ontving hij in 2002 de IJ-prijs.

In 2004 verscheen het boek: ‘In Europa’. Ook dat was een enorm succes: er werden meer dan 500.000 exemplaren verkocht en het boek verscheen in meer dan vijftien talen. Geert Mak won er de NS Publieksprijs mee.

In 2004 publiceerde hij, na de moord op Theo van Gogh, een tweetal pamfletten: ‘Gedoemd tot kwetsbaarheid’ en, als reactie op zijn critici, ‘Nagekomen flessenpost’. Hij haalde daarin fel uit tegen, wat hij noemde, ‘de handelaren in angst’, spoorde aan tot voorzichtigheid en hield tegelijk een fel pleidooi voor het behoud van klassieke waarden als openheid, vrijheid en tolerantie. De essays veroorzaakten de nodige ophef, mede omdat Mak de methode van de film Submission vergeleek met de propagandatechnieken van Joseph Goebbels.  

Voor 2007 schreef Mak het Nationale Boekenweekgeschenk ‘De Brug’. Het was een reisverslag over nog geen vijfhonderd meter: de Galatabrug die het traditionele en meer moderne deel van Istanbul met elkaar verbindt en waar Mak wekenlang het bestaan deelde met passanten en straatverkopers. Een jaar later publiceerde hij, met vier andere historici, ‘Verleden van Nederland’, terwijl hij voor zijn Duitse lezers ‘Niederlande’ schreef, een beknopt en persoonlijk portret van Nederland.

‘Reizen zonder John’ (2012) kan gezien worden als de Amerikaanse tegenhanger van ‘In Europa’. Geert Mak volgde daarin, exact een halve eeuw later, het spoor van de schrijver John Steinbeck bij diens ontdekkingstocht door het Amerika van de jaren zestig in ‘Travels with Charley’.

Ook Europa bleef een belangrijk thema. In 2012, tijdens de Eurocrisis, met het pamflet ‘De hond van Tisma’, ‘Wat als Europa klapt’ en in 2014, toen de twee politieke tegenpolen Geert Mak en Thierry Baudet voor één keer uit de loopgraven klommen en samen een aantal scherp contrasterende visies bundelden op het thema ‘thuis’ en ‘identiteit’: ‘Thuis in de tijd’.

Amsterdam kwam weer centraal te staan in ‘De levens van Jan Six’ (2016), de gang van de patriciërsfamilie Six door meer dan vier eeuwen Amsterdamse geschiedenis – beginnend met een van Rembrandts beste vrienden, de zeventiende-eeuwse Jan Six.

In 2019 kreeg ook In Europa zelf een vervolg. In ‘Grote Verwachtingen’ (1999-2020) nam hij de draad weer op in 1999 en beschreef hij de meest recente Europese geschiedenis, vanaf de euforie in het begin van de eeuw tot de crises van de jaren tien en de coronapandemie van 2020.

 

Prijzen

Naast de NS Publieksprijs die Geert Mak tot tweemaal won (2000 en 2004), werd hij ook tot tweemaal toe gekozen tot Historicus van het Jaar. Van de Open Universiteit (2004) en de Wilhelms-Universiteit in Münster (2014) ontving hij eredoctoraten. In de toelichting bij het eredoctoraat in Münster werd Mak betiteld als een ‘begenadigde geschiedverteller’ die in staat is ‘vakwetenschap, popularisering, originaliteit en engagement met elkaar te verbinden’. Andere historici zijn wat meer terughoudend in de beoordeling van Mak’s werk. Wijlen Herman von der Dunk, emeritus-hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van Utrecht, zei over Mak: ‘Het is goed geschreven en historisch correct, maar het is niet, zoals ik het noem, academische geschiedschrijving.’ De Amerikaanse historicus John Lukacs beschreef hem daarentegen als ‘Europa’s portretschilder, zijn impressionist, zijn dichter-musicus, de lezer van de gedachten van de mensen.’

Geert Mak ontving de Leipziger Buchpreis in 2008 voor ‘In Europa’. In 2015 kreeg hij de Gouden Ganzeveer en in 2017 de oeuvreprijs van het Prins Bernhard Cultuurfonds.

Geert Mak is gehuwd en woont deels in Amsterdam, deels in Friesland. Meer informatie op www.geertmak.nl

Meer boeken van deze auteur